Zing een nieuw lied

Precies 400 jaar geleden werd tijdens de Nationale Synode van Dordrecht het volgende vastgesteld:

‘In de kercken sullen alleen die 150 Psalmen Davidis, de thyen geboden, het Vader onse, de twaalff articulen des ghelooffs, de loffsanghen Mariae, Zachariae, Simeonis gesonghen worden; ’t Gesangh ‘O Godt, die onse Vader bist’ etc…, wort in de vrijheijt der kercken ghestelt, om het selve te ghebruijcken ofte na te laten. Alle andere gesangen zalmen uijt de kercken weeren, en daerder eenighe alrede ingevoert zijn, zalmen deselve mette ghevoegelykste middelen afstellen’

Veelal werd er nog onder leiding van een voorzanger gezongen, dus zonder orgelbegeleiding! Maar in 1641 schreef niemand minder dan Constantijn Huygens een boek waarin hij een vurig pleidooi hield om het orgel te gebruiken om de gemeentezang enigszins in goede banen te leiden

 ‘...de stemmen wijken zodanig af van elkaar, zoals vogels van diverse pluimage door elkaar heen schreeuwen. De maten zijn in strijd met elkaar zoals emmers in een waterput op en neer gaan. Er wordt zo hard geschreeuwd, alsof men elkaar eerder wil overschreeuwen dan met elkaar wil samenstemmen, kortom: ghehuyl ende geschreeuw.....’

(1637 wordt vrij algemeen aanvaard als jaar waarin de orgelbegeleiding is ingevoerd, maar dat was dus nog lang niet overal het geval als we Huygens goed verstaan).

De tijd heeft niet stilgestaan en er vindt over het algemeen geen ‘ghehuyl en geschreeuw..’ meer plaats. Toch is het bijzonder te noemen dat we met ons allen nog steeds de lofzang gaande proberen te houden. Anno 2018, als Grote Kerk gemeente, met de psalmen en gezangen uit het liedboek ‘Zingen en bidden in huis en kerk’ (2013).

Nieuwe liederen worden telkens aangeleerd onder de bezielende leiding van de cantrix van de Grote Kerk Catrien Posthumus Meyjes.

Ook wordt daarbij nog steeds het orgel als begeleidingsinstrument gebruikt. In de Dordtse Dom wordt gezongen bij het Kamorgel (1859) en het Verschuerenorgel (2007) .

Het Kamorgel is echt gebouwd voor gemeentezangbegeleiding, het Verschuerenorgel, in de volksmond Bachorgel genoemd, speciaal voor de uitvoering van muziek uit de barok. Maar ook dit instrument, gebaseerd op de orgels van Gottfried Silbermann leent zich uitstekend voor gemeentezangbegeleiding.

Tijdens de erediensten vormt improvisatie een belangrijk onderdeel. Dat kan een korte intonatie zijn of een wat langer voorspel, afhankelijk van de plaats en ruimte in de liturgie. Het improviseren behoort tot een eeuwenoud ambacht evenals het harmoniseren van de liederen. Improviserend kan er ingespeeld worden op de situatie van het moment. Het is een proces, waarbij gemeente en organist samen betrokken zijn. Afhankelijk van het karakter van het te zingen lied kan gekozen worden voor verstilling en eenvoud, maar evengoed kan er eens flink uitgepakt worden. Op deze cd zijn veelal uitgebreide improvisaties opgenomen, in een stijl, die ook zondags te horen is.

Improviseren gaat niet vanzelf in de zin van ‘doe maar wat’.  ‘Improvisatie bloeit uitsluitend op goed geploegde grond’ zei mijn leermeester Bert Matter altijd.

Het initiatief voor deze opname is ontstaan uit de behoefte om ons als Grote Kerk gemeente te presenteren tijdens de viering van 400 jaar Dordtse Synode. Het vertegenwoordigt de drie hoofdthema’s van de Synode viering: identiteit, taal en gastvrijheid. Dit laatste wordt onderstreept door het feit dat er zowel zondags als ook voor deze opname veel gasten aanwezig waren, die zich op een of andere manier betrokken voelen bij de Grote Kerk. Daarnaast biedt het een klankbeeld van de belangrijke plaats die de Grote Kerk toekent aan de kerkmuziek anno 2018, een plek waar nog steeds een nieuw lied wordt gezongen.

Cor Ardesch, kerkmusicus en stadsorganist, Dordrecht

De cd kost € 12,50 (exclusief € 3,90 verzendkosten) en is hier te bestellen


Naar het overzicht